Gemeente Breda

Planteksten

Op deze pagina vindt u de planteksten behorende bij het plan Buitengebied Zuid 2013, wijzigingsplan Rithsestraat 172.

Bijlage bij de toelichting


 

Inrichtingsplan landschappelijke inpassing

 [image][image][image][image][image][image][image][image]

 

 

Bijlage Milieuonderzoek

Opdrachtgever: Krijger Advies B.V.

Contactpersoon: mevrouw H. Krijger

Datum: 2 februari 2016

ONDERZOEK MILIEUZONERING

RICHTAFSTANDEN

 

 

Wijziging bestemmingsplan

Rithsestraat 172 te Breda

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
INHOUDSOPGAVE

 

1. INLEIDING 3

2. UITGANGSPUNTEN 5

2.1. Onderzoeksvragen 5

2.2. Uitwaartse of inwaartse milieuzonering 5

2.3. Omgevingstypen 5

2.4. Richtafstanden 5

2.5. Gebied met functiemenging 6

3. RICHTAFSTANDEN 7

4. CONCLUSIE 12

 

 

 

 

  1.  
    INLEIDING

 

De initiatiefnemer heeft het voornemen de bestemming van het perceel aan de Rithsestraat 172 te wijzigen. Het perceel heeft volgens het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Zuid 2013 de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ met bijbehorend agrarisch bouwvlak. Omdat de agrarische activiteiten zijn beëindigd wordt de bestemming gewijzigd naar een woonbestemming. Daarbij wordt de overtollige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt.

 

Op de afbeelding 1 is het plangebied aangegeven.[image]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Afbeelding 1. Rode contour begrenst het plangebied (bron: vigerend bestemmingsplan “Buitengebied Zuid 2013”)

 

Op afbeelding 2 is een luchtfoto van de huidige situatie weergegeven.

 

 [image]

Afbeelding 2. Luchtfoto Rithsestraat 172 te Breda. Te slopen schuren zijn gemarkeerd met een witte ster (bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2016)

 

Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het anderzijds bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Dit wordt milieuzonering genoemd.

 

In dit rapport wordt de milieuzonering ten aanzien van het ruimtelijk plan beschreven. Hierbij is gebruik gemaakt van de handreiking Bedrijven en milieuzonering. In hoofdstuk 2 worden de uitgangspunten toegelicht. In hoofdstuk 3 beschrijven wij richtafstanden ten aanzien van de verschillende functies in de omgeving. Ten slotte volgen in hoofdstuk 4 de conclusies.

 

  1. UITGANGSPUNTEN

    1. Onderzoeksvragen

Bij het beoordelen van een ruimtelijk plan spelen standaard de volgende vragen:

  • is ter plaatse van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat gegarandeerd?

  • worden omliggende bedrijven (onevenredig) in hun belangen geschaad?

Om een antwoord te geven op deze vragen is een inventarisatie gemaakt van de milieubelastende en milieugevoelige functies in de omgeving.

    1. Uitwaartse of inwaartse milieuzonering

Ruimtelijke scheiding kan tot stand komen door uitwaartse of inwaartse milieuzonering.

Bij uitwaartse milieuzonering wordt uitgegaan van de milieubelastende functies. In een zone rondom de milieubelastende functies worden woningen geweerd. Bij inwaartse milieuzonering wordt uitgegaan van de milieugevoelige functies. In een zone rondom de milieugevoelige functies zijn bepaalde milieubelastende functies niet toelaatbaar.

    1. Omgevingstypen

In de handreiking Bedrijven en milieuzonering worden twee omgevingstypen beschreven:

 

Omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied

Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen is weinig verstoring door verkeer.

 

Omgevingstype gemengd gebied

Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook een lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren ook tot het omgevingstype gemengd gebied.

    1. Richtafstanden

Voor alle typen bedrijven zijn in bijlage 1 van de handreiking Bedrijven en milieuzonering richtafstanden opgenomen. Het betreft de richtafstanden voor de vier ruimtelijke relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn onder andere de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen;

  • de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten.

 

De richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk en rustig buitengebied. Ten opzichte van een gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verkleind (behalve voor het aspect gevaar). Dit is toegelicht in tabel 1.

 

Tabel 1. Richtafstanden

Milieucategorie

afstand tot rustige woonwijk / buitengebied

afstand tot gemengd gebied

1

10 m

0 m

2

30 m

10 m

3.1

50 m

30 m

3.2

100 m

50 m

4.1

200 m

100 m

4.2

300 m

200 m

5.1

500 m

300 m

5.2

700 m

500 m

5.3

1.000 m

700 m

6

1.500 m

1.000 m

    1. Gebied met functiemenging

Het begrip ‘gemengd gebied’ wordt gebruikt om de richtafstanden tussen milieubelastende functies (bedrijven) en een gebied met een variatie aan functies (zoals wonen, horeca en kleine bedrijvigheid) aan te geven. Het begrip ‘gebied met functiemenging’ wordt gebruikt om aan te geven welke functies binnen een gebied met functiemenging toelaatbaar zijn. Binnen een gebied met functiemenging zijn milieubelastende en milieugevoelige functies op korte afstand van elkaar gesitueerd. De richtafstanden uit tabel 1 zijn dan niet toepasbaar.

 

In bijlage 4 van de handreiking Bedrijven en milieuzonering zijn bedrijfsactiviteiten opgenomen waarvan geacht wordt dat deze toelaatbaar zijn binnen een gebied met functiemenging. Voor deze activiteiten gelden geen richtafstanden, maar wordt de toelaatbaarheid beoordeeld aan de hand van de volgende categorieën:

  • categorie A: toelaatbaar aanpandig aan woningen, de eisen uit het Bouwbesluit voor de scheiding tussen milieugevoelige en milieubelastende functies zijn toereikend;

  • categorie B: toelaatbaar indien bouwkundig afgescheiden van woningen, vanwege de iets grotere milieubelasting dan categorie A;

  • categorie C: toelaatbaar indien gesitueerd aan een hoofdweg, vanwege de grotere verkeersaantrekkende werking dan categorieën A en B.

 

Daarnaast gelden voor de toelaatbaarheid de volgende randvoorwaarden:

  • het gaat om kleinschalige bedrijvigheid;

  • productie en/of laad- en loswerkzaamheden vinden alleen in de dagperiode plaats;

  • de activiteiten (inclusief opslag) geschieden hoofdzakelijk inpandig;

  • activiteiten uit categorie C beschikken over een goede aansluiting op de hoofdinfrastructuur.

 

  1.  
    RICHTAFSTANDEN

 

Om antwoord te geven op de onderzoeksvragen in paragraaf 2.1 is een inventarisatie gemaakt van de bestaande milieubelastende functies in de omgeving van het plangebied. Uitgaande van deze milieubelastende functies is bepaald of de milieugevoelige functie (de woning) toelaatbaar kan zijn (uitwaartse milieuzonering).

 

Op afbeelding 3 is een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Zuid 2013 weergegeven.

[image]Afbeelding 3. Bestemmingsplan Buitengebied Zuid 2013

 

In de directe omgeving van het plangebied komen verschillende functies voor, met name percelen met de bestemming Agrarisch of Bedrijf. Het gebied kan daarom worden gezien als een gemengd gebied zoals bedoeld in de handreiking Bedrijven en milieuzonering, zie paragraaf 2.3. Voorzichtigheidshalve gaan wij niet uit van een gemengd gebied, maar van een rustig buitengebied.

 

De verschillende functies in de directe omgeving zijn opgenomen in tabel 2.

 

Tabel 2. Milieubelastende functies en categorieën (rustig buitengebied)

Inrichting

SBI

Omschrijving

Richtafstand (m)

 

 

 

Geur

Stof

Geluid

Gevaar

Afstand (m)

Rithsestraat 174

Vollegrondsteelt

011, 012

Akkerbouw en fruitteelt (bedrijfsgebouwen)

10

10

30

10

10

Rithsestraat 174

Koel/vrieshuis

52102

Distributiecentra, pak- en koelhuizen

30

10

50

50

37

Rithsestraat 190

Voormalige veehouderij

0141, 0142

Fokken en houden van rundvee

100

30

30

0

125

Rithsestraat 152

Hovenier

016

Hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m²

30

10

50

10

190

 

De inrichting aan de Rithsestraat 174 heeft volgens het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Zuid 2013 een agrarisch bouwvlak met daarbinnen twee gedeelten die nader zijn aangeduid met ‘koel en/of vrieshuis’. Deze gedeelten en de bijbehorende richtafstanden zijn weergegeven op afbeelding 4.

 

 [image]

Afbeelding 3. Richtafstanden

 

De woning aan de Rithsestraat 172 ligt binnen de richtafstanden van de inrichting aan de Rithsestraat 174 voor het aspect geluid van het vollegrondsteeltbedrijf en de aspecten geluid en gevaar van het koel/vrieshuis.

 

Op 8 februari 2005 is door de gemeente Breda beoordeeld dat de inrichting aan de Rithsestraat 174 onder het toenmalige Besluit opslag- en transportbedrijven milieubeheer valt. Op 29 maart 2009 is een melding op grond van het (toenmalige) Besluit landbouw milieubeheer gedaan voor het vervangen van een werktuigenloods. Deze melding is op 22 april 2009 geaccepteerd. De inrichting valt nu onder de regels van het Activiteitenbesluit.

 

De woning aan de Rithsestraat 172 wordt niet veranderd, enkel wordt de bestemming gewijzigd. De woning betreft een bestaand gevoelig object voor elk van deze aspecten:

  • De woning betreft een bestaand geluidgevoelig object conform het Activiteitenbesluit;

  • De woning betreft een bestaand kwetsbaar object conform het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

 

Bij een verandering of uitbreiding van de inrichting aan de Rithsestraat 174 moet voor elk van de milieuaspecten al rekening worden gehouden met de woning aan de Rithsestraat 172. Dit houdt in dat de inrichting aan de Rithsestraat 174 niet belemmerd wordt de voorgenomen bestemmingswijziging van de woning aan de Rithsestraat 172.

 

Hiermee is de tweede onderzoeksvraag (zie paragraaf 1.1) beantwoord. Voor de eerste onderzoeksvraag beoordelen wij elk van de milieuaspecten waarvan de richtafstand wordt overschreden.

 

Geluid

Op 22 december 2004 is een aanvraag om een milieuvergunning voor de inrichting aan de Rithsestraat 174 ingediend. In de brief van 8 februari 2005 is door de gemeente Breda beoordeeld dat de inrichting aan de Rithsestraat 174 onder het toenmalige Besluit opslag- en transportbedrijven milieubeheer valt. De aanvraag om een milieuvergunning is aangemerkt als een melding op grond van toenmalige Besluit opslag- en transportbedrijven milieubeheer. Een akoestisch onderzoek werd door de gemeente Breda niet noodzakelijk geacht.

 

Op 29 maart 2009 is een melding op grond van het (toenmalige) Besluit landbouw milieubeheer gedaan voor het vervangen van een werktuigenloods. Deze melding is op 22 april 2009 geaccepteerd. Aangezien niet om een akoestisch onderzoek is gevraagd is de verandering als niet akoestisch relevant beschouwd.

 

De inrichting valt nu onder de regels van het Activiteitenbesluit. De inrichting moet voldoen aan de grenswaarden voor geluid uit artikel 2.17, lid 1 van het Activiteitenbesluit. Wanneer wordt voldaan aan deze grenswaarden is sprake van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat.

 

Hierbij merken wij op dat zowel bij de inrichting aan de Rithsestraat 174 als de woning aan de Rithsestraat 172 geen sprake is van een verandering, maar van een bestaande situatie.

 

Gevaar

De richtafstand voor het aspect gevaar bij koelhuizen is voornamelijk gebaseerd op ammoniakkoelinstallaties. Uit het milieudossier van de inrichting aan de Rithsestraat 174 (en uit de database van www.risicokaart.nl) blijkt dat geen sprake is van een ammoniakkoelinstallatie maar van een koelinstallatie met een CFK als koudemiddel. De gevaarsaspecten zijn daarom beperkt. Bij de inrichting aan de Rithsestraat 174 is sprake van de volgende activiteiten met gevaarlijke stoffen:

 

Opslaan van gevaarlijke stoffen, CMR-stoffen of bodembedreigende stoffen in originele verpakking

De aan te houden veiligheidsafstanden van de opslagvoorzieningen voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen tot aan de dichtstbijzijnde woning van derden zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit. Artikel 4.1 van het Activiteitenbesluit stelt dat voor de opslag van brandbare gevaarlijke stoffen in verpakking bij meer dan 2.500 kilogram en minder dan 10.000 kilogram een veiligheidsafstand geldt van ten minste 20 meter. Deze afstand is gebaseerd op het voorkomen van brandoverslag en met het oog op bereikbaarheid van de opslagvoorziening in geval van brand. Op basis van onderzoek van TNO en het RIVM is vastgesteld dat de afstand van 20 meter voldoende groot is om risicovolle situaties ten gevolge van het ontstaan van toxische verbrandingsproducten te voorkomen. De opslagen van gevaarlijke stoffen bevinden zich op een afstand van meer dan 20 meter van de woning aan de Rithsestraat 172.

 

Opslaan van vloeibare kunstmeststoffen in bovengrondse tanks

In het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling staan voorschriften voor het opslaan van vloeibare kunstmeststoffen in bovengrondse opslagtanks bij agrarische activiteiten. De veiligheidsvoorschriften in paragraaf 4.1.3 van het Activiteitenbesluit en paragraaf 4.1.3.1 van de Activiteitenregeling zijn van toepassing. Voor de opslag van kunstmeststoffen in bovengrondse tanks zijn geen specifieke afstandseisen genoemd. Voor de opslag van andere (gevaarlijkere) stoffen in tanks zijn wel afstandseisen tot maximaal 25 meter genoemd. De afstand tussen de opslag van kunstmeststoffen en de woning aan Rithsestraat 172 bedraagt meer dan 25 meter.

 

Opslaan van gasolie, smeerolie en afgewerkte olie in bovengrondse tanks

In het Activiteitenbesluit staan voorschriften over het opslaan van gasolie, smeerolie en afgewerkte olie in bovengrondse tanks. De voorschriften hebben met name betrekking op het aspect bodem. Per 1 januari 2015 hoeven afgewerkte olietanks niet meer aan de BRL K903 en PGS 30 te voldoen en zijn bodembeschermende voorzieningen voldoende. Er is geen sprake van een afstandseis.

 

Hierbij merken wij op dat zowel bij de inrichting aan de Rithsestraat 174 als de woning aan de Rithsestraat 172 geen sprake is van een verandering, maar van een bestaande situatie.

 

 

 

 

 
CONCLUSIE

 

Bij het bepalen van de richtafstanden zijn wij uitgegaan van de worst-case aanname dat het gebied een rustig buitengebied betreft. De woning aan de Rithsestraat 172 is een bestaand gevoelig object voor elk van de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. Dit houdt in dat de inrichting aan de Rithsestraat 174 niet belemmerd wordt de voorgenomen bestemmingswijziging van de woning aan de Rithsestraat 172.

 

Om het woon- en verblijfsklimaat te beoordelen hebben wij de milieuaspecten waarvan de richtafstand wordt overschreden nader bekeken middels een dossieronderzoek. Uit de beoordeling blijkt dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat.

 

Gelet op de functies in de omgeving is ter plaatse van de woning aan de Rithsestraat 172 sprake van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat ten aanzien van de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De omliggende bedrijven of functies worden niet in hun belangen geschaad door de voorgestelde planontwikkeling. De gewenste planontwikkeling is daarmee inpasbaar in de omgeving.