Gemeente Breda

Planteksten

Op deze pagina vindt u de planteksten behorende bij het plan Buitengebied Zuid 2013, wijzigingsplan Rithsestraat 172.

Bijlage bij de regels


 

 
BIJLAGE 1

 

Landschapsinvesteringsregeling Breda

 

Landschapsinvesteringsregeling Breda

 

  1. Aanleiding en doel

 

Waarom deze regeling?

Om de kwaliteit van het landschap te versterken heeft de provincie Noord-Brabant in haar “Structuurvisie ruimtelijke ordening” en de “Verordening ruimte” het principe van ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’ geïntroduceerd. Over de uitvoering van kwaliteitsverbetering verdiende het aanbeveling dat regionaal eenduidige afspraken werden gemaakt. Deze regeling is de resultante van het regionale overleg hoe om te gaan met deze kwaliteitsverbetering.

 

In deze regeling is beschreven hoe de rood-met-groen koppeling op uniforme en eenduidige wijze wordt toegepast, inclusief minimale basisinspanning en mogelijkheid van fondsvorming, de periodieke verantwoording over uitvoering en het voeren van ruimtelijk kwaliteitsbeleid.

 

Wat is het doel van de regeling?

Deze regeling geeft aan hoe de gemeente Breda toepassing geeft aan de regels met betrekking tot de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van de Verordening ruimte,

 

Het is hierbij de bedoeling dat de afspraken direct helderheid bieden voor het grootste gedeelte van de buitenstedelijke ruimtelijke ontwikkelingen. Is er een kwaliteitsverbetering van het landschap nodig of niet? Het is inmiddels door ervaringen bekend dat een beperkt deel van de buitenstedelijke ruimtelijke ontwikkelingen niet eenvoudig in dergelijke afspraken is op te nemen, door de unieke omstandigheden die verbonden zijn aan de ontwikkeling. In dergelijke gevallen blijft het noodzakelijk om aan artikel 2.2 te blijven voldoen, maar over de wijze waarop kunnen via maatwerk afspraken worden gemaakt in de lijn van de regionale regeling.

 

 

  1. Reikwijdte rood-met-groen koppeling

 

Begrip ruimtelijke ontwikkeling

De Verordening ruimte definieert het begrip ruimtelijke ontwikkeling.

De regels stellen dat elke ruimtelijke ontwikkeling, buiten het “bestaand stedelijk gebied” (zoals is aangeduid in de Verordening ruimte) gepaard moet gaan met een kwaliteitsverbetering van het landschap.

 

Omdat niet iedere ontwikkeling daadwerkelijk invloed uitoefent op de omgeving is regionaal afgesproken dat een aantal ontwikkelingen geheel wordt uitgesloten van deze verplichting.

 

Wel wordt regionaal landschappelijke ontwikkeling dermate belangrijk geacht dat hiervan, voor een aantal ontwikkelingen, niet kan worden afgezien door te kiezen voor een andere manier van kwaliteitsverbetering. Echter, met de landschappelijke inpassing is de kwaliteitsverbetering voor deze ontwikkelingen dan ook afdoende geregeld.

 

Het begrip "elke ruimtelijke ontwikkeling" kan echter genuanceerd worden op basis van de invloed die de beoogde ruimtelijke ontwikkeling heeft op de omgeving.

 

Hiermee rekening houdend worden de volgende categorieën onderscheiden, die anders kunnen worden benaderd vanwege hun aard of omvang:

 

  • Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist.

 

  • Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen met relatief weinig landschappelijke invloed, dan wel ruimtelijke ontwikkelingen die van nature aan het buitengebied zijn gebonden, of plaatsvinden in hiervoor aangewezen gebieden waarbij de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt vormgegeven door te voorzien in enkel een goede landschappelijke inpassing.

 

  • Categorie 3: Alle ruimtelijke ontwikkelingen welke mogelijk worden gemaakt via met name een wijzigingsplan of een bestemmingsplanherziening, tenzij de ontwikkeling concreet benoemd wordt in een andere categorie.

 

 

Uitleg categorie-indeling:

 

Categorie 1. Ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist

 

Het gaat met name om de volgende typen ontwikkelingen:

a. Ontwikkelingen die de geldende (bestemmings)planregeling rechtstreeks mogelijk maakt of die door de wet zijn uitgezonderd.

De Verordening ruimteis alleen van toepassing als er planologische besluitvorming nodig is. Daarmee is het gebruik maken van de directe bouw- en gebruiksregels die in geldende plannen zijn opgenomen uitgesloten van de verplichting tot kwaliteitsverbetering van het landschap.

In het Besluit omgevingsrecht is in Bijlage II, art. 2, 3 en 4 door de wetgever aangegeven welke ruimtelijke ontwikkelingen vergunningsvrij of met buitenplanse ontheffing van het bestemmingsplan kunnen worden gerealiseerd. Hiermee vallen ook deze ruimtelijke ontwikkelingen niet onder de werkingsfeer. van de Verordening ruimte. Naar verwachting zal de wetgever deze lijst in de toekomst verder uitbreiden. Dit komt tegemoet aan de wens tot deregulering.

 

b. Ontwikkelingen die primair kwaliteitsverbetering van het landschap tot doel of gevolg hebben

Hiertoe behoren alle ontwikkelingen die primair tot doel hebben de fysieke verbetering van de kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden. Dit betreft niet alleen de aanleg van natuur- en landschapselementen, maar ook van voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik, zoals de aanleg van wandelpaden. Verder behoren hiertoe ook planologische ontwikkelingen/gebruiksactiviteiten die bijdragen aan het behoud of herstel van cultuurhistorische waarden, zoals woningsplitsing binnen cultuurhistorisch waardevolle bebouwing.

 

c. Kleinschalige ontwikkelingen die plaatsvinden binnen bestaande en/of binnen de geldende planologische regeling passende bebouwing.

Hiertoe behoren onder meer aan huis gebonden beroepen en bedrijven, huisvesting van seizoensarbeiders en reclasseringsjongeren in omgebouwde bedrijfsgebouwen, bed & breakfast, (o.a. recreatieve) nevenactiviteiten en verbrede landbouwactiviteiten voor zover dit alles gerealiseerd wordt binnen de bestaande bebouwing en/of vigerende bouwregeling.

 

 

  • Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen met relatief weinig landschappelijke invloed, dan wel ruimtelijke ontwikkelingen die van nature aan het buitengebied zijn gebonden, of plaatsvinden in hiervoor aangewezen gebieden waarbij de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt vormgegeven door te voorzien in enkel een goede landschappelijke inpassing.

 

Hoewel het uitgangspunt van landschappelijke inpassing het aanplanten van groen is, kan het begrip breder worden gezien. Kwaliteitsverbetering dient het uitgangspunt te zijn. De gemeente Breda kan in samenspraak met de initiatiefnemer tot maatwerkoplossingen komen, wanneer bijvoorbeeld landschappelijke inpassing praktisch onhaalbaar of mogelijk ongewenst is.

 

Bij categorie 2 ontwikkelingen kan ook sprake zijn van maatregelen die noodzakelijk zijn vanwege de waterhuishouding, zoals bijvoorbeeld de aanleg van een retentie of het verplaatsen van watergangen. Uiteraard is een en ander afhankelijk van het soort ruimtelijke ontwikkeling, het soort landschap en watersysteem, en van de landschappelijke kwaliteit die ter plaatse nagestreefd wordt. De watertoets is een goed instrument om te kijken of, en zo ja, welke mogelijkheden er zijn.

 

Definitie landschappelijke inpassing: het inpassen van een gebouw, of een gebruik in het landschap, op perceels-, of clusterniveau, waarbij afstemming plaatsvindt op de structuur van het landschap door middel van architectuur en/of sloop, of situering van de gebouwen en/of de aanplant van gebiedseigen beplanting, dan wel de aanleg van andere landschappelijke elementen, zoals waterpartijen, of grondwallen.

 

Hierbij wordt de relatie gelegd met van de Verordening ruimte, welke gaat over de algehele “zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit”. Kortom bij ontwikkelingen die tot deze categorie behoren zal, meer dan voorheen gebruikelijk was, een goede landschappelijke inpassing van het totale bouw-, of bestemmingsvlak worden vereist. Daarmee wordt beoogd het initiatief in samenhang met de al bestaande situatie en rekening houdend met de kwaliteiten van de omgeving, landschappelijk verantwoord in te passen. Daarmee moet de landschappelijke kwaliteit worden verbeterd. Landschappelijke inpassing kan slechts ter plaatse van de ruimtelijke ontwikkeling worden gerealiseerd. Landschappelijke inpassing kan echter ook worden gekoppeld bij meerdere ontwikkelingen in hetzelfde gebied.

Het gaat hierbij met name om ontwikkelingen die een relatief beperkte invloed op de omgeving hebben en (traditioneel) als passend binnen en eigen aan het landelijk gebied worden beschouwd, of in gebieden plaatsvinden die aangewezen zijn voor bepaalde ontwikkelingen.

Enkele voorbeelden van veel voorkomende ruimtelijke ontwikkelingen die tot deze categorie behoren, zijn vormveranderingen van agrarische bouwvlakken, aanleg van minicampings (kleinschalig kamperen) en paardenbakken, omschakeling van de ene agrarische bedrijfsvorm naar een andere en nevenactiviteiten, doch alleen wanneer deze voorbeelden leiden tot een verslechtering van de kwaliteit van het landschap.

In deze categorie van ontwikkelingen wordt het accent gelegd op een goede landschappelijke inpassing van het initiatief in relatie tot de inpassing van het bouwvlak/bestemmingsvlak waarbinnen het initiatief plaats vindt. In de huidige situatie gebeurt dit nog niet altijd of met een onvoldoende kwaliteit en is de realisatie en instandhouding hiervan niet altijd verzekerd.

 

 

  • Categorie 3. Alle ruimtelijke ontwikkelingen welke mogelijk worden gemaakt via een wijzigingsplan of een bestemmingsplanherziening, tenzij de ontwikkeling concreet benoemd wordt in een andere categorie.

 

Dit betreft veelal ontwikkelingen die een beduidende invloed hebben op de omgeving en waarbij vergroting van de geldende bouwmassa/-oppervlakte, vergroting van het geldende bestemmingsvlak en/of bestemmingswijziging aan de orde is. De omvang van de bijdrage wordt gerelateerd aan de omvang en invloed van de ontwikkeling. Grootschalige ontwikkelingen, dan wel niet aan het buitengebied gerelateerde ontwikkelingen, moeten voldoen aan een kwaliteitsverbetering van het landschap van 20% van de bestemmingswinst, of een compensatie die dezelfde waarde vertegenwoordigt.

De gemeente heeft vastgelegd, dat slechts sprake is van een goede ruimtelijke ontwikkeling, als wordt bijgedragen aan kwaliteitsverbetering van het landschap. Omgekeerd zal de gemeente niet meewerken aan een ruimtelijke oplossing, als de bijdrage aan landschap, cultuurhistorie of recreatie niet verzekerd is.

 

Het betreft uiteraard wel ontwikkelingen die verder passen binnen de kaders van de Verordening ruimte.

 

 

  1.  
    Methodiek Categorie 2

 

Landschappelijke inpassing vereist maatwerk. Landschappelijke inpassing betekent een zodanige vormgeving en inpassing dat deze optimaal is afgestemd op bestaande dan wel nog te ontwikkelen ruimtelijke, natuurlijke en cultuurhistorische landschapskwaliteiten. Landschappelijke inpassing vindt bij voorkeur plaats op of direct aansluitend aan het bouwvlak/bestemmingsvlak.

 

Aan deze vorm van kwaliteitsverbetering worden zowel kwantitatieve als kwalitatieve eisen gesteld:

  • De landschappelijke inpassing van het bestemmingsvlak/bouwvlak wordt gerealiseerd op basis van een goed erfbeplantingsplan/landschapsinpassingsplan. Dit plan bestaat uit een ontwerptekening met een overzicht en een specificatie van de te nemen maatregelen zodat helder is op welke wijze aan de landschappelijke inpassing vorm wordt gegeven. Indien beplantingen onderdeel uitmaken van het plan worden uitsluitend inheemse soorten (zie Stika) gebruikt. Het plan moet opgesteld worden door een gekwalificeerd adviesbureau (hovenier, tuin-/landschaps-architect, bureau voor ontwerp en aanleg van groenvoorzieningen). Indien op het perceel al groenstructuren of landschapselementen bestaan, welke planologisch niet zijn verankerd en die aan de criteria van kwaliteitsverbetering voldoen, mogen deze worden meegeteld, indien deze van toegevoegde waarde zijn voor de landschappelijke inpassing. In een herziening van het bestemmingsplan zullen deze elementen een passende bestemming krijgen.

  • Door middel van een anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer wordt de realisatie van het inpassingsplan financieel, juridisch en feitelijk verzekerd. Duurzame instandhouding, beheer en onderhoud van de landschappelijke inpassing vormen ook aspecten die in de anterieure overeenkomst worden vastgelegd;

  • Nadat de anterieure overeenkomst is ondertekend dienen de structuren die meetellen voor de landschappelijke inpassing op de verbeelding, behorende bij het betreffende plan (voorkeur) en anders bij de eerstvolgende herziening van het (ontwerp)bestemmingsplan (uitwerkingsplan), vastgelegd te worden. Ook is borging in de planregels nodig;

  • Indien niet aan landschappelijke inpassing kan worden voldaan, dient de systematiek voor ‘categorie 3-ontwikkeling’ te worden toegepast.

 

Bij de vormgeving en invulling van landschappelijke inpassing wordt gekeken naar de algehele situering van bouwvlak/bestemmingsvlak en niet alleen naar wat er door de desbetreffende ruimtelijke ontwikkeling wordt toegevoegd of veranderd.

 

Omvang landschappelijke inpassing

Om de omvang van de landschappelijke inpassing wordt bepaald aan de hand van de volgende formule:

2 keer de langste zijde van het nieuwe bouwvlak en 1 keer de kortste zijde maal 3 meter of 4 meter als de ontwikkeling is gelegen binnen de bestemmingen Agrarisch met waarden – landschapswaarden of Agrarisch met waarden - natuur en landschapswaarden.

 

 

Clustering landschappelijke inpassing

Bij landschappelijke inpassing kan ook gekozen worden voor clustering. Meerdere met een bouwblok aan elkaar grenzende bedrijven werken een gezamenlijk landschappelijk inpassingsplan uit. De berekening van de omvang van de landschappelijke inpassing wordt toegepast op de buitenkant van de ontwikkeling en/of de buitenkant van de landschappelijk in te passen bedrijven. Daar waar bedrijven met een bouwblok aan elkaar grenzen, hoeft het aan elkaar grenzende gedeelte niet ingepast te worden.

 

Indien één of meerdere bedrijven die de landschappelijke inpassing clusteren een ontwikkeling hebben die behoort tot categorie 3 van deze notitie, dan kan het zo zijn dat aanvullend individuele afspraken worden gemaakt met deze ondernemers over extra kwaliteitsverbetering bovenop de landschappelijke inpassing.

 

  1.  
    Methodiek Categorie 3

 

Dit hoofdstuk beschrijft voor de ruimtelijke ontwikkelingen die niet tot de categorie 1 en 2 behoren, de methodiek waarmee kwantitatief de minimale omvang bepaald wordt van de investering die gedaan moet worden ten behoeve van kwaliteitsverbetering van het landschap.

 

Voor de uitwerking van deze zogenaamde rood-met-groen koppeling heeft de provincie Noord-Brabant, in samenspraak met een aantal gemeenten, een handreiking (1 november 2011) opgesteld waarin methodieken zijn uitgewerkt om invulling c.q. uitvoering aan dit principe te geven. Opgemerkt wordt dat deze handreiking een hulpmiddel en geen verplichte regel betreft.

 

De methode die in de handreiking nader is uitgewerkt, en waarvan wordt voorgesteld deze ook in West-Brabant toe te passen, is als volgt samen te vatten: ‘rood’ wordt omgerekend naar een tegenprestatie in euro’s, die vervolgens wordt omgerekend naar een “groene” tegenprestatie. Voor deze omrekening zijn verschillende varianten denkbaar:

  • vaststellen van grondprijzen (bepaald percentage van waardestijging dient dan te worden geïnvesteerd);

  • vaststellen van forfaitaire bedragen (vaste bedragen afgeleid van realistische schatting van waardestijging);

  • taxatiewaarde (bepaald percentage van waardevermeerdering);

  • omvang van de investering (bepaald percentage van investering).

 

Voorgesteld wordt om forfaitaire bedragen vast te stellen omdat deze methode goed toepasbaar is voor ontwikkelingen die vaak voorkomen. Voor overige (complexe) ontwikkelingen kan worden aangesloten op de methodiek van taxatie waarbij een onafhankelijke taxateur de waarde van een object voor én na realisering van het initiatief inzichtelijk maakt.

  1. Taxaties

 

Er wordt gewerkt met een vaste vierkante meterprijs binnen bouwblokken van € 25,-. Daarnaast gelden er afwijkende bedragen voor het soort bedrijf dat op een bouwblok is gevestigd. Gesteld kan worden dat voor intensieve veehouderijen, alsmede grondgebonden agrarische bedrijven een hogere vierkante meterprijs geldt dan voor meer ruimte vragende agrarische bedrijven, zoals glastuinbouw, of teeltondersteunende voorzieningen (TOV).

 

Taxaties zullen door de gemeente worden uitgevoerd op basis van de volgende uitgangspunten:

 

Differentiatie voor diverse vormen van agrarische bedrijven:

Agrarische bedrijfsvorm

grondprijs/m2

Investering/m2

Veehouderij, land- en tuinbouw

€ 25,-

€ 4,-

Glastuinbouw

€ 15,-

€ 2,-

Teeltondersteunende voorzieningen

€ 9,-

€ 0,80

Grondwaarde buiten bouwblok

€ 5,-

 

 

  1.  
    Investeren in kwaliteitsverbetering van het landschap

 

Nadat is bepaald welk bedrag in de kwaliteitsverbetering van landschap moet worden geïnvesteerd, is de vraag waarin moet worden geïnvesteerd. De Verordening ruimte heeft hiervoor een aantal manieren opgenomen waarop de kwaliteitsverbetering kan worden uitgevoerd.

 

Kwaliteitsverbetering kan worden uitgevoerd door middel van:

  1. landschappelijke inpassing van bebouwing en bestemmingsvlakken;

  2. aanleg c.q. herstel van natuur- en landschapselementen ter versterking van de landschapsstructuur;

  3. aanleg recreatieve voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik (bankjes, wandelpaden, bebording, etc.);

  4. fysieke inrichtingsmaatregelen gericht op behoud en herstel van cultuurhistorie en archeologie;

  5. sloop van (niet cultuurhistorisch waardevolle) gebouwen/stallen/kassen en verwijderen verharding;

  6. verkleinen/opheffen van bestemmingsvlakken/bouwvlakken;

  7. fysieke bijdrage aan realisering Ecologische hoofdstructuur (EHS) en ecologische verbindingszones (EVZ’s).

 

Deze lijst is niet limitatief. Andere vormen van kwaliteitsverbetering zijn mogelijk, wanneer er sprake is van verbetering van de landschappelijke kwaliteiten. Vormen van kwaliteitsverbetering, welke niet landschappelijke winst opleveren zijn niet toegestaan, zoals investeringen in duurzaamheid en dierenwelzijn.

 

a. Landschappelijke inpassing

De landschappelijke inpassing van het bestemmingsvlak/bouwvlak wordt gerealiseerd op basis van een gekwalificeerd opgesteld erfbeplantingsplan/landschapsinpassingsplan, dat door een gekwalificeerd adviesbureau (hovenier, tuin-/landschapsarchitect, bureau voor ontwerp en aanleg van groenvoorzieningen) is opgemaakt. Uit het opgestelde plan moet duidelijk blijken hoe en met welke (natuur- en landschaps)elementen de landschappelijke inrichting wordt vormgegeven (zie ook bijlage 1).

 

b. Natuur- en landschapselementen

Met betrekking tot een investering in de aanleg van natuur- en landschapselementen kan gebruik worden gemaakt van het Stimuleringskader Groen-Blauwe diensten (STIKA). Het plan voor het STIKA bevat een beschrijving van de aanwezige landschapstypen. Deze landschapstypen sluiten aan op diverse vormen van natuur- en landschapselementen (zoals akkerranden, poelen, hakhoutwallen etc.). Afhankelijk van de locatie waar de investering in het landschap zal landen kan mede aan de hand van het STIKA bepaald worden welke ingreep gewenst is en wat de bijbehorende kosten zijn. Het is aan de initiatiefnemer om zorg te dragen voor realisatie van de gestelde oppervlakten en kwaliteiten. Indien de initiatiefnemer de aanleg goedkoper kan realiseren dan de richtbedragen in het STIKA dan is dit ten voordele van de initiatiefnemer.

Een investering voortvloeiend uit de toepassing van de regeling “kwaliteitsverbetering van het landschap” geeft geen recht op subsidie vanuit het STIKA.

 

c. Voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik

Ook een investering in de aanleg van recreatieve voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik wordt als onderdeel van kwaliteitsverbetering van het landschap gezien.

Initiatieven die gericht zijn op het vestigen of uitbreiden van een recreatief bedrijf hebben voordeel bij het realiseren van recreatieve voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik, zoals openbaar te gebruiken bankjes of wandelpaden en fietspaden.

 

 
d. Cultuurhistorie en archeologie

Het is ook mogelijk om te investeren in cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, elementen of terreinen in de omgeving. Voorbeelden zijn herstel en restauratie van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, bestaande drinkpoelen, wegkruizen, groenelementen. Gedeeltelijk kan de systematiek van het STIKA hiervoor gebruikt worden. Voor de investering in cultuurhistorisch waardevolle gebouwen zijn de specifieke restauratiekosten (onder aftrek van subsidies) een aanknopingspunt.

 

e. Sloop van (niet cultuurhistorisch waardevolle) gebouwen/stallen/kassen

Het verwijderen van overbodige, landschappelijk storende bebouwing in het buitengebied vormt een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van het landelijke gebied. Voor het slopen van stallen en andere bedrijfsbebouwing (inclusief asbest en kelders) wordt gerekend met kosten van € 25,00 per m² en bij het saneren van kassen met €5,00 per m² glas.

 

f. Verkleining/opheffen van bestemmingsvlakken/bouwvlakken

Bij het omzetten van een agrarisch bouwvlak met bedrijfswoning naar een woonbestemming kan enerzijds waardevermeerdering ontstaan voor het deel dat de woonbestemming krijgt. Aan de andere kant zal deze niet-agrarische bedrijfskavel veelal aanzienlijk kleiner worden dan de omvang van het oorspronkelijke agrarische bouwblok, dat grotendeels met een agrarische gebiedsbestemming (waarop de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing is gesaneerd) kan worden herbestemd. Dit gedeelte van het oorspronkelijke agrarische bouwblok kan dan ook afgewaardeerd worden naar agrarische cultuurgrond. Deze waardevermindering (bestemmingsverlies) kan vervolgens ingezet worden om (gedeeltelijk) invulling te geven aan kwaliteitsverbetering van het landschap. Dat is inherent aan de hiervoor geschetste werkwijze met forfaitaire bedragen. Deze wijze van voldoen aan kwaliteitsverbetering kan ook toegepast worden bij andere verkleiningen c.q. opheffingen van bestemmingsvlakken waarbij duidelijk sprake is van het terugdringen van gebruik- en bebouwingsmogelijkheden ten opzichte van de vigerende bestemmingsregeling en daarmee van bestemmingsverlies.

 

g. Fysieke bijdrage aan EHS en EVZ’s

De kwaliteitsverbetering kan betrekking hebben op het realiseren van delen van de ecologische hoofdstructuur en van ecologische verbindingszones. Hierbij wordt veelal agrarische cultuurgrond omgezet in een natuur-of bosbestemming. Er zijn voldoende praktijkgegevens bekend om de kosten gemoeid met aanleg en onderhoud van allerlei natuurdoeltypen te kunnen bepalen. Naast de kosten gemoeid met aanleg en de eerste jaren van onderhoud kan ook de waardevermindering van de grond (omzetten van agrarisch naar natuur) bij de investering in kwaliteitsverbetering betrokken worden.

 
7. Indeling in categorieën van de meest voorkomende ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied

 

De in hoofdstuk 2 beschreven indeling in 3 categorieën is in dit hoofdstuk uitgewerkt en geconcretiseerd naar type ontwikkeling en tegenprestatie.

 

Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist.

 

GENERIEK:

 

  • Ontwikkelingen die zonder dat een afwijkingsbesluit nodig is passen binnen de regels van het geldende bestemmingsplan (planconforme vergunningen);

 

- Ontwikkelingen die vallen onder artikel 2 – 3 en 4 Bijlage II Bor, voor zover deze vergunningvrij zijn;

 

- Ontwikkelingen die vallen onder artikel 3 Bijlage II Bor, voor zover niet vergunningvrij (een aantal specifieke vergunningen met een afwijkingsbesluit);

 

- Ontwikkelingen die vergund worden op basis van artikel 2.12 lid 1 onder a onder 1 Wabo (vergunningen met binnenplanse afwijking), voor zover die afwijking geen wezenlijke ruimtelijke impact heeft;

 

- Ontwikkelingen die vergund worden op basis van artikel 2.12 lid 1 onder a onder 2 Wabo juncto artikel 4 Bijlage II Bor (vergunningen met kleine buitenplanse afwijking), met uitzondering van lid 6 (installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder w, van de Elektriciteitswet) en lid 7 (installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren tot krachtens artikel 5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen eindproducten etc.), voor zover die afwijking geen wezenlijke ruimtelijke impact heeft;

 

- Ontwikkelingen die naar hun aard reeds een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden tot gevolg hebben;

 

- Alle ontwikkelingen in panden met cultuurhistorische waarden en met instemming van een deskundige instantie, zoals de Boerderijenstichting, waarbij de ontwikkelingen (mede) zijn gericht op behoud en herstel van de cultuurhistorische waarden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist.

 

SPECIFIEK:

 

- Vergroten bestemmingsvlak Wonen tot 1500 m². Boven 1500 m² worden bestaande situaties gerespecteerd;

 

- Vergroten inhoud woning tot 750 m³, of zoveel het geldende bestemmingsplan toestaat;

 

- Herbouw woning binnen bestemmingsvlak;

 

- Vergroten aantal m² bijgebouwen bij woning tot maximaal 100 m², of zoveel het geldende bestemmingsplan toestaat;

 

- Vestiging van of splitsing in meerdere wooneenheden in monumentale/karakteristieke/ cultuurhistorisch waardevolle bebouwing ;

 

- Tijdelijke mantelzorgwoning in/bij woning binnen het geldende bestemmingsplan;

 

- Aan huis gebonden beroep/bedrijf in/bij woning binnen het geldende bestemmingsplan;

 

- Bed & breakfast en kleinschalige recreatieve nevenactiviteiten in/bij woning binnen het geldende bestemmingsplan;

 

- Nevenactiviteiten en verbrede landbouwactiviteiten bij een agrarisch bedrijf binnen geldend bouwvlak en binnen het geldende bestemmingsplan;

 

- Verkoop van op het eigen (agrarisch) bedrijf vervaardigde producten (inclusief de verkoop van streekeigen producten) tot een maximum van 200m², of zoveel het bestemmingsplan toestaat, binnen het geldende bestemmingsplan;

 

- Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen;

 

- Wijziging bestemming Agrarisch Bedrijf (inclusief agrarisch verwant en agrarisch-technisch hulpbedrijf) of Bedrijf, met een omvang van minimaal 1 ha., in bestemming Wonen of andere bestemming zoals Horeca, maatschappelijke doeleinden of recreatie, mits het bestemmingsvlak wordt verkleind tot maximaal 1500 m2, overtollige voormalige bedrijfsbebouwing (> 500 m2) wordt gesloopt;

 

- Tijdelijke huisvesting seizoenarbeiders: binnen (omgebouwde) bedrijfsbebouwing binnen het bouwvlak;

 

- Paardenbakken binnen bestemmings-, of regulier bebouwingsvlak welke het bestemmingsplan rechtstreeks toestaat;

 

- Een vrijkomende agrarische bedrijfswoning welke wordt aangemerkt als ‘plattelandswoning’;

 

- Vormverandering van een (agrarisch) bouwvlak of van een bestemmingsvlak (zonder afwijking van de geldende bouwregels), indien de vormverandering niet leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van het landschap;

 

- Een inpandige vergroting van een woning bij een langgevelboerderij binnen bestaande bouwmassa;

 

 

 

  •  
    Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen met relatief weinig landschappelijke invloed, dan wel ruimtelijke ontwikkelingen die van nature aan het buitengebied zijn gebonden, of plaatsvinden in hiervoor aangewezen gebieden waarbij de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt vormgegeven door te voorzien in enkel een goede landschappelijke inpassing.

 

- Voor zover de locatie gelegen is in het agrarisch gebied, als bedoeld in de Verordening ruimte: vergroten agrarisch bouwvlak tot 1 ½ ha;

 

- Voor zover de locatie gelegen is in de groenblauwe mantel, als bedoeld in de Verordening ruimte: vergroten agrarisch bouwvlak tot 1 ½ ha. Onder landschappelijke inpassing dient hier te worden verstaan de aanplant van een landschapselement met een minimale lengte van 2 maal de lange zijde en 1 maal de korte zijde van de uitbreiding van het bouwblok en een minimale breedte van 4 meter. Indien een landschappelijke inpassing op de locatie niet mogelijk is, dan wel onvoldoende kwaliteitsverbetering kan bieden wordt de uitbreiding opgenomen in categorie 3;

 

- Uitbreiding van een intensieve veehouderij tot 1,5 ha. waarbij 10% van het bouwblok wordt aangewend voor landschappelijke inpassing;

 

- Vergroten van bouwvlak voor agrarisch verwant, of agrarisch-technisch hulpbedrijf tot 1 ha., gelegen in zowel agrarisch gebied, als de groenblauwe mantel;

 

- Alle glastuinbouwontwikkelingen in Vestigingsgebieden en doorgroeigebieden voor glastuinbouw, tenzij het valt onder categorie 1 (binnen rechtstreekse mogelijkheden geldend bestemmingsplan);

 

- Vormverandering van een (agrarisch) bouwvlak of van een bestemmingsvlak (zonder afwijking van de geldende bouwregels), indien de vormverandering leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van het landschap;

 

- Omschakeling agrarisch bedrijf van de ene agrarische bedrijfsvorm naar een andere agrarische bedrijfsvorm, welke het geldende bestemmingsplan niet rechtstreeks toestaat (omvang bouwvlak onveranderd);

 

- Wijziging bestemming Wonen, VAB of Bedrijf naar bestemming agrarisch-agrarisch Bedrijf (inclusief agrarisch verwant en agrarisch-technisch hulpbedrijf), voor zover het bestemmingsvlak niet wordt vergroot;

 

- Minicampings(o.a. kamperen bij de boer) met een omvang en seizoensduur voor zover is toegestaan binnen het geldende bestemmingsplan, direct aansluitend aan het bestemmingsvlak en met gebouwde voorzieningen binnen bestaande bebouwing of geldende bouwmogelijkheden;

 

- Tijdelijke huisvesting seizoensarbeiders: binnen het bouwvlak in caravans en/of woonunits vanwege voorkomen visuele hinder;

 

- Wijziging bestemming agrarisch-agrarisch bedrijf (inclusief agrarisch verwant en agrarisch-technisch hulpbedrijf) of bedrijf in bestemming Wonen of wonen met VAB aanduiding, of andere bestemming, zoals Horeca, Maatschappelijke Doeleinden of Recreatie, mits het bestemmingsvlak wordt verkleind tot maximaal 5000 m², overtollige voormalige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt behalve als het cultuurhistorisch waardevolle bebouwing betreft en maximaal 500 m² voormalige agrarische bedrijfsbebouwing resteert.

 

- Vergroten bestemmingsvlak Wonen van 1500 m² tot max. 3000 m2.

 

 

  • Categorie 3: Alle ruimtelijke ontwikkelingen welke mogelijk worden gemaakt via een wijzigingsplan of een bestemmingsplanherziening, tenzij de ontwikkeling concreet benoemd wordt in een andere categorie.

 

  • Al wat niet onder categorie 1 en 2 valt.

 

 

 

 

 

 

  1.  
    Zekerstelling uitvoering door initiatiefnemer en handhaving

 

De uitvoering van rood-met-groen koppeling moet door de initiatiefnemer worden verzekerd hetgeen wordt vastgelegd in een overeenkomst.

 

Naast het aangaan van een anterieure overeenkomst dienen bepaalde zaken als landschappelijke inpassing ook in het bestemmingsplan publiekrechtelijk te worden geregeld.

 
Bijlage 1

 

 

 
Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Waar toepassen?

Beuk

Fagus sylvatica

leem- en zandig leem

Bosaalbes

Ribes rubrum

leem- en zandig leem

Boswilg

Salix carprea

algemeen (pionierssoort), zon

Brem

Cytisus scoparius

zandbodems of voedselarme bodems, zon

Eenstijlige meidoorn

Crataegus monogyna

zon, geen specifieke bodemeisen

Es (gewone)

Fraxinus excelsior

overal, op rijkere, natte bodem

Gelderse roos

Viburnum opulus

vochtige bodems

Gele kornoelje

Cornus mas

 

Gewone esdoorn

Acer pseudoplatanus

leem- of zandig leem,ook in schaduw

Gewone vlier

Sambucus nigra

voedselrijke bodems, overal

Gewone vogelkers

Prunus padus

voedselrijke zand- en leembodems, halfschaduw

Grootvruchtige meidoorn

Crateagus x macrocarpa

leem- en zandig leem

Haagbeuk

Carpinus betulus

Vochtige, voedselrijke kalkrijke bodem

Hazelaar

Corylus avellana

rijkere, vochtige gronden, niet in polders

Hulst

Ilex aquifolium

 

Iep

Ulmus sp. (U.minor of U.glabra)

(leem en zandleem)

Jeneverbes

Juperinus communis

 

Kraakwilg

Salix fragilis

vochtige bodems

Kruipwilg

Salix repens

zandbodems

Kruisbes

Ribes uva-crispa

leembodems en duinen

Ratelpopulier

Populus tremula

algemeen, liefst zandige gronden, zon

Rode kornoelje

Cornus sanguinea

op rijkere bodems

Ruwe berk

Betula pendula

droge voedselarme bodems, zandgronden

Schietwilg

Salix alba

vochtige bodems, cultuurlandschappen

Sleedoorn

Prunus spinosa

licht en halfschaduw, geen arme zandgrond

Spaanse aak (Veldesdoorn)

Acer campestre

leem- of zandig leem Verdraagt schaduw

Taxus

Taxus baccata

lemige bodems

Tweestijlige meidoorn

Crataegus laevigata

ietwat vochtige leem- en kleibodems

Vuilboom (Sporkehout)

Rhamnus frangula

overal toepasbaar (zeker zandgrond)

Wegedoorn

Rhamnus cathartica

leem-, klei-, en kalkhoudende bodems

Wilde appel

Malus sylvestris

vooral leemstreek, lichtminnend

Wilde gagel

Myrica gale

natte zandige bodems

Wilde kardinaalsmuts

Euonymus europaeus

leem- en zandig leem, beekdalen, niet in polders

Wilde liguster

Ligustrum vulgare

basische bodems

Wilde lijsterbes

Sorbus aucuparia

eerder arme gronden

Wilde peer

Pyrus pyraster

lichtminnend, voedselarme zand, ook leem

Wilg

Salix sp.

vochtige bodems

Wintereik

Quercus petraea

leemstreek

Winterlinde

Tilia cordata

geringe eisen

Witte Els

Alnus incana

leem- of zandig leem natte bodem

Zachte berk

Betula pubescens

natte, voedselarme bodems, zandgronden

Zoete kers (Boskers)

Prunus avium

leem- en zandig leem

Zomereik

Quercus robur

algemeen behalve kust, lichtboomsoort

Zomerlinde

Tilia platyphyllos

meestal rijkere bodems,

Zwarte bes

Ribes nigrum

natte, voedselrijke gronden

 

 
BIJLAGE 2

 

STAAT VAN BEDRIJFSACTIVTEITEN

 

 

SBI-CODE

nummer

OMSCHRIJVING

CAT.

01

-

LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW

 

014

0

Dienstverlening t.b.v. de landbouw:

 

014

1

- algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. > 500 m²

3.1

014

2

- algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o.<= 500 m²

2

014

3

- plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m²

3.1

014

4

- plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m²

2

0142

 

KI-stations

2

02

-

 

 

02

-

BOSBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. BOSBOUW

 

020

 

Bosbouwbedrijven

3.1

05

-

 

 

15

-

VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN

 

151

0

Slachterijen en overige vleesverwerking:

 

151

1

- slachterijen en pluimveeslachterijen

3.2

151

2

- vetsmelterijen

5.2

151

3

- bewerkingsinrichting van darmen en vleesafval

4.2

151

4

- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. > 1000 m²

3.2

151

5

- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1000 m²

3.1

151

6

- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m²

3.1

151

7

- loonslachterijen

3.1

151

8

- vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-en-klaar-maaltijden met p.o. < 2.000 m²

3.1

152

0

Visverwerkingsbedrijven:

 

152

1

- drogen

5.2

152

2

- conserveren

4.1

152

3

- roken

4.2

152

4

- verwerken anderszins: p.o.> 1000 m²

4.2

152

5

- verwerken anderszins: p.o. <= 1000 m²

3.2

152

6

- verwerken anderszins: p.o. <= 300 m²

3.1

1531

0

Aardappelprodukten fabrieken:

 

1531

1

- vervaardiging van aardappelproducten

4.2

1531

2

- vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m²

3.1

1532, 1533

0

Groente- en fruitconservenfabrieken:

 

1532, 1533

1

- jam

3.2

1532, 1533

2

- groente algemeen

3.2

1532, 1533

3

- met koolsoorten

3.2

1532, 1533

4

- met drogerijen

4.2

1532, 1533

5

- met uienconservering (zoutinleggerij)

4.2

1541

0

Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlijke oliën en vetten:

 

1541

1

- p.c. < 250.000 t/j

4.1

1541

2

- p.c. >= 250.000 t/j

4.2

1542

0

Raffinage van plantaardige en dierlijke oliën en vetten:

 

1542

1

- p.c. < 250.000 t/j

4.1

1542

2

- p.c. >= 250.000 t/j

4.2

1543

0

Margarinefabrieken:

 

1543

1

- p.c. < 250.000 t/j

4.1

1543

2

- p.c. >= 250.000 t/j

4.2

1551

0

Zuivelprodukten fabrieken:

 

1551

1

- gedroogde produkten, p.c. >= 1,5 t/u

5.1

1551

2

- geconcentreerde produkten, verdamp. cap. >=20 t/u

5.1

1551

3

- melkprodukten fabrieken v.c. < 55.000 t/j

3.2

1551

4

- melkprodukten fabrieken v.c. >= 55.000 t/j

4.2

1551

5

- overige zuivelprodukten fabrieken

4.2

1552

1

Consumptie-ijsfabrieken: p.o. > 200 m²

3.2

1552

2

- consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m²

2

1561

0

Meelfabrieken:

 

1561

1

- p.c. >= 500 t/u

4.2

1561

2

- p.c. < 500 t/u

4.1

1561

 

Grutterswarenfabrieken

4.1

1562

0

Zetmeelfabrieken:

 

1562

1

- p.c. < 10 t/u

4.1

1562

2

- p.c. >= 10 t/u

4.2

1571

0

Veevoerfabrieken:

 

1571

1

- destructiebedrijven

5.2

1571

2

- beender-, veren-, vis-, en vleesmeelfabriek

5.2

1571

3

- drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder) cap. < 10 t/u water

4.2

1571

4

- drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder) cap. >= 10 t/u water

5.2

1571

5

- mengvoeder, p.c. < 100 t/u

4.1

1571

6

- mengvoeder, p.c. >= 100 t/u

4.2

1572

 

Vervaardiging van voer voor huisdieren

4.1

1581

0

Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen:

 

1581

1

- v.c. < 2500 kg meel/week

2

1581

2

- v.c. >= 2500 kg meel/week

3.2

1582

 

Banket, biscuit- en koekfabrieken

3.2

1583

0

Suikerfabrieken:

 

1583

1

- v.c. < 2.500 t/j

5.1

1583

2

- v.c. >= 2.500 t/j

5.3

1584

0

Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:

 

1584

1

- Cacao- en chocoladefabrieken: p.o. > 2.000 m²

5.1

1584

2

- cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 2.000 m²

3.2

1584

3

- cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m²

2

1584

4

- Suikerwerkfabrieken met suiker branden

4.2

1584

5

- Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. > 200 m²

3.2

1584

6

- suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m²

2

1585

 

Deegwarenfabrieken

3.1

1586

0

Koffiebranderijen en theepakkerijen:

 

1586

1

- koffiebranderijen

5.1

1586

2

- theepakkerijen

3.2

1587

 

Vervaardiging van azijn, specerijen en kruiden

4.1

1589

 

Vervaardiging van overige voedingsmiddelen

4.1

1589.1

 

Bakkerijgrondstoffenfabrieken

4.1

1589.2

0

Soep- en soeparomafabrieken:

 

1589.2

1

- zonder poederdrogen

3.2

1589.2

2

- met poederdrogen

4.2

1589.2

 

Bakmeel- en puddingpoederfabrieken

4.1

1591

 

Destilleerderijen en likeurstokerijen

4.2

1592

0

Vervaardiging van ethylalcohol door gisting:

 

1592

1

- p.c. < 5.000 t/j

4.1

1592

2

- p.c. >= 5.000 t/j

4.2

1593 t/m 1595

 

Vervaardiging van wijn, cider e.d.

2

1596

 

Bierbrouwerijen

4.2

1597

 

Mouterijen

4.2

1598

 

Mineraalwater- en frisdrankfabrieken

3.2

16

-

 

 

16

-

VERWERKING VAN TABAK

 

160

 

Tabakverwerkende industrie

4.1

17

-

 

 

17

-

VERVAARDIGING VAN TEXTIEL

 

171

 

Bewerken en spinnen van textielvezels

3.2

172

0

Weven van textiel:

 

172

1

- aantal weefgetouwen < 50

3.2

172

2

- aantal weefgetouwen >= 50

4.2

173

 

Textielveredelingsbedrijven

3.1

174, 175

 

Vervaardiging van textielwaren

3.1

1751

 

Tapijt-, kokos- en vloermattenfabrieken

4.1

176, 177

 

Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen

3.1

18

-

 

 

18

-

VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT

 

181

 

Vervaardiging kleding van leer

3.1

182

 

Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer)

2

183

 

Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont

3.1

19

-

 

 

19

-

VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING)

 

191

 

Lederfabrieken

4.2

192

 

Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel)

3.1

193

 

Schoenenfabrieken

3.1

20

-

 

 

20

-

HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D.

 

2010.1

 

Houtzagerijen

3.2

2010.2

0

Houtconserveringsbedrijven:

 

2010.2

1

- met creosootolie

4.1

2010.2

2

- met zoutoplossingen

3.1

202

 

Fineer- en plaatmaterialenfabrieken

3.2

203, 204, 205

0

Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout

3.2

203, 204, 205

1

Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2

3.1

205

 

Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken

2

21

-

 

 

21

-

VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN

 

2111

 

Vervaardiging van pulp

4.1

2112

0

Papier- en kartonfabrieken:

 

2112

1

- p.c. < 3 t/u

3.1

2112

2

- p.c. 3 - 15 t/u

4.1

2112

3

- p.c. >= 15 t/u

4.2

212

 

Papier- en kartonwarenfabrieken

3.2

2121.2

0

Golfkartonfabrieken:

 

2121.2

1

- p.c. < 3 t/u

3.2

2121.2

2

- p.c. >= 3 t/u

4.1

22

-

 

 

22

-

UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA

 

221

 

Uitgeverijen (kantoren)

1

2221

 

Drukkerijen van dagbladen

3.2

2222

 

Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen)

3.2

2222.6

 

Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen

2

2223

A

Grafische afwerking

1

2223

B

Binderijen

2

2224

 

Grafische reproduktie en zetten

2

2225

 

Overige grafische aktiviteiten

2

223

 

Reproduktiebedrijven opgenomen media

1

23

-

 

 

23

-

AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERK. IND.; BEWERKING SPLIJT-/KWEEKSTOFFEN

 

231

 

Cokesfabrieken

5.3

2320.1

 

Aardolieraffinaderijen

6

2320.2

A

Smeeroliën- en vettenfabrieken

3.2

2320.2

B

Recyclingbedrijven voor afgewerkte olie

4.2

2320.2

C

Aardolieproduktenfabrieken n.e.g.

4.2

233

 

Splijt- en kweekstoffenbewerkingsbedrijven

6

24

-

 

 

24

-

VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN

 

2411

0

Vervaardiging van industriële gassen:

 

2411

1

- luchtscheidingsinstallatie v.c. >= 10 t/d lucht

5.2

2411

2

- overige gassenfabrieken, niet explosief

5.1

2411

3

- overige gassenfabrieken, explosief

5.1

2412

 

Kleur- en verfstoffenfabrieken

4.1

2413

0

Anorg. chemische grondstoffenfabrieken:

 

2413

1

- niet vallend onder "post-Seveso-richtlijn"

4.2

2413

2

- vallend onder "post-Seveso-richtlijn"

5.2

2414.1

A0

Organ. chemische grondstoffenfabrieken:

 

2414.1

A1

- niet vallend onder "post-Seveso-richtlijn"

4.2

2414.1

A2

- vallend onder "post-Seveso-richtlijn"

5.3

2414.1

B0

Methanolfabrieken:

 

2414.1

B1

- p.c. < 100.000 t/j

4.1

2414.1

B2

- p.c. >= 100.000 t/j

4.2

2414.2

0

Vetzuren en alkanolenfabrieken (niet synth.):

 

2414.2

1

- p.c. < 50.000 t/j

4.2

2414.2

2

- p.c. >= 50.000 t/j

5.1

2415

 

Kunstmeststoffenfabrieken

5.1

2416

 

Kunstharsenfabrieken e.d.

5.2

242

0

Landbouwchemicaliënfabrieken:

 

242

1

- fabricage

5.3

242

2

- formulering en afvullen

5.1

243

 

Verf, lak en vernisfabrieken

4.2

2441

0

Farmaceutische grondstoffenfabrieken:

 

2441

1

- p.c. < 1.000 t/j

4.2

2441

2

- p.c. >= 1.000 t/j

5.1

2442

0

Farmaceutische produktenfabrieken:

 

2442

1

- formulering en afvullen geneesmiddelen

3.1

2442

2

- verbandmiddelenfabrieken

2

2451

 

Zeep-, was- en reinigingsmiddelenfabrieken

4.2

2452

 

Parfumerie- en cosmeticafabrieken

4.2

2461

 

Kruit-, vuurwerk-, en springstoffenfabrieken

5.3

2462

0

Lijm- en plakmiddelenfabrieken:

 

2462

1

- zonder dierlijke grondstoffen

3.2

2462

2

- met dierlijke grondstoffen

5.1

2464

 

Fotochemische produktenfabrieken

3.2

2466

A

Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken

3.1

2466

B

Overige chemische produktenfabrieken n.e.g.

4.1

247

 

Kunstmatige synthetische garen- en vezelfabrieken

4.2

25

-

 

 

25

-

VERVAARDIGING VAN PRODUKTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF

 

2511

 

Rubberbandenfabrieken

4.2

2512

0

Loopvlakvernieuwingsbedrijven:

 

2512

1

- vloeropp. < 100 m2

3.1

2512

2

- vloeropp. >= 100 m2

4.1

2513

 

Rubber-artikelenfabrieken

3.2

252

0

Kunststofverwerkende bedrijven:

 

252

1

- zonder fenolharsen

4.1

252

2

- met fenolharsen

4.2

252

3

- productie van verpakkingsmateriaal en assemblage van kunststofbouwmaterialen

3.1

26

-

 

 

26

-

VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN

 

261

0

Glasfabrieken:

 

261

1

- glas en glasprodukten, p.c. < 5.000 t/j

3.2

261

2

- glas en glasprodukten, p.c. >= 5.000 t/j

4.2

261

3

- glaswol en glasvezels, p.c.< 5.000 t/j

4.2

261

4

- glaswol en glasvezels, p.c. >= 5.000 t/j

5.1

2615

 

Glasbewerkingsbedrijven

3.1

262, 263

0

Aardewerkfabrieken:

 

262, 263

1

- vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW

2

262, 263

2

- vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW

3.2

264

A

Baksteen en baksteenelementenfabrieken

4.1

264

B

Dakpannenfabrieken

4.1

2651

0

Cementfabrieken:

 

2651

1

- p.c. < 100.000 t/j

5.1

2651

2

- p.c. >= 100.000 t/j

5.3

2652

0

Kalkfabrieken:

 

2652

1

- p.c. < 100.000 t/j

4.1

2652

2

- p.c. >= 100.000 t/j

5.1

2653

0

Gipsfabrieken:

 

2653

1

- p.c. < 100.000 t/j

4.1

2653

2

- p.c. >= 100.000 t/j

5.1

2661.1

0

Betonwarenfabrieken:

 

2661.1

1

- zonder persen, triltafels en bekistingtrille

4.1

2661.1

2

- met persen, triltafels of bekistingtrillers, p.c. < 100 t/d

4.2

2661.1

3

- met persen, triltafels of bekistingtrillers, p.c. >= 100 t/d

5.2

2661.2

0

Kalkzandsteenfabrieken:

 

2661.2

1

- p.c. < 100.000 t/j

3.2

2661.2

2

- p.c. >= 100.000 t/j

4.2

2662

 

Mineraalgebonden bouwplatenfabrieken

3.2

2663, 2664

0

Betonmortelcentrales:

 

2663, 2664

1

- p.c. < 100 t/u

3.2

2663, 2664

2

- p.c. >= 100 t/u

4.2

2665, 2666

0

Vervaardiging van produkten van beton, (vezel)cement en gips:

 

2665, 2666

1

- p.c. < 100 t/d

3.2

2665, 2666

2

- p.c. >= 100 t/d

4.2

267

0

Natuursteenbewerkingsbedrijven:

 

267

1

- zonder breken, zeven en drogen: p.o. > 2.000 m²

3.2

267

2

- zonder breken, zeven en drogen: p.o. <= 2.000 m²

3.1

267

3

- met breken, zeven of drogen, v.c. < 100.000 t/j

4.2

267

4

- met breken, zeven of drogen, v.c. >= 100.000 t/j

5.2

2681

 

Slijp- en polijstmiddelen fabrieken

3.1

2682

A0

Bitumineuze materialenfabrieken:

 

2682

A1

- p.c. < 100 t/u

4.2

2682

A2

- p.c. >= 100 t/u

5.1

2682

B0

Isolatiematerialenfabrieken (excl. glaswol):

 

2682

B1

- steenwol, p.c. >= 5.000 t/j

4.2

2682

B2

- overige isolatiematerialen

4.1

2682

C

Minerale produktenfabrieken n.e.g.

3.2

2682

D0

Asfaltcentrales: p.c.< 100 ton/uur

4.1

2682

D1

- asfaltcentrales, p.c. >= 100 ton/uur

4.2

27

-

 

 

27

-

VERVAARDIGING VAN METALEN

 

271

0

Ruwijzer- en staalfabrieken:

 

271

1

- p.c. < 1.000 t/j

5.2

271

2

- p.c. >= 1.000 t/j

6

272

0

IJzeren- en stalenbuizenfabrieken:

 

272

1

- p.o. < 2.000 m2

5.1

272

2

- p.o. >= 2.000 m2

5.3

273

0

Draadtrekkerijen, koudbandwalserijen en profielzetterijen:

 

273

1

- p.o. < 2.000 m2

4.2

273

2

- p.o. >= 2.000 m2

5.2

274

A0

Non-ferro-metaalfabrieken:

 

274

A1

- p.c. < 1.000 t/j

4.2

274

A2

- p.c. >= 1.000 t/j

5.2

274

B0

Non-ferro-metaalwalserijen, -trekkerijen e.d.:

 

274

B1

- p.o. < 2.000 m2

5.1

274

B2

- p.o. >= 2.000 m2

5.3

2751, 2752

0

IJzer- en staalgieterijen/ -smelterijen:

 

2751, 2752

1

- p.c. < 4.000 t/j

4.2

2751, 2752

2

- p.c. >= 4.000 t/j

5.1

2753, 2754

0

Non-ferro-metaalgieterijen/ -smelterijen:

 

2753, 2754

1

- p.c. < 4.000 t/j

4.2

2753, 2754

2

- p.c. >= 4.000 t/j

5.1

28

-

 

 

28

-

VERVAARD. VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.)

 

281

0

Constructiewerkplaatsen:

 

281

1

- gesloten gebouw

3.2

281

1a

- gesloten gebouw, p.o. < 200 m2

3.1

281

2

- in open lucht, p.o. < 2.000 m2

4.1

281

3

- in open lucht, p.o. >= 2.000 m2

4.2

2821

0

Tank- en reservoirbouwbedrijven:

 

2821

1

- p.o. < 2.000 m2

4.2

2821

2

- p.o. >= 2.000 m2

5.1

2822, 2830

 

Vervaardiging van verwarmingsketels, radiatoren en stoomketels

4.1

284

A

Stamp-, pers-, dieptrek- en forceerbedrijven

4.1

284

B

Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d.

3.2

284

B1

Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o. < 200 m2

3.1

2851

0

Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven:

 

2851

1

- algemeen

3.2

2851

10

- stralen

4.1

2851

11

- metaalharden

3.2

2851

12

- lakspuiten en moffelen

3.2

2851

2

- scoperen (opspuiten van zink)

3.2

2851

3

- thermisch verzinken

3.2

2851

4

- thermisch vertinnen

3.2

2851

5

- mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, polijsten)

3.2

2851

6

- anodiseren, eloxeren

3.2

2851

7

- chemische oppervlaktebehandeling

3.2

2851

8

- emailleren

3.2

2851

9

- galvaniseren (vernikkelen, verchromen, verzinken, verkoperen ed)

3.2

2852

1

Overige metaalbewerkende industrie

3.2

2852

2

Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. <200m2

3.1

287

A0

Grofsmederijen, anker- en kettingfabrieken:

 

287

A1

- p.o. < 2.000 m2

4.1

287

A2

- p.o. >= 2.000 m2

5.1

287

B

Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.

3.2

287

B

Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. <200 m2

3.1

29

-

 

 

29

-

VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN

 

29

0

Machine- en apparatenfabrieken:

 

29

1

- p.o. < 2.000 m2

3.2

29

2

- p.o. >= 2.000 m2

4.1

29

3

- met proefdraaien verbrandingsmotoren >= 1 MW

4.2

30

-

VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS

 

30

-

 

 

30

A

Kantoormachines- en computerfabrieken

2

31

-

 

 

31

-

VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH.

 

311

 

Elektromotoren- en generatorenfabrieken

4.1

312

 

Schakel- en installatiemateriaalfabrieken

4.1

313

 

Elektrische draad- en kabelfabrieken

4.1

314

 

Accumulatoren- en batterijenfabrieken

3.2

315

 

Lampenfabrieken

4.2

316

 

Elektrotechnische industrie n.e.g.

2

3162

 

Koolelektrodenfabrieken

6

32

-

 

 

32

-

VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN -BENODIGDH.

 

321 t/m 323

 

Vervaardiging van audio-, video- en telecom-apparatuur e.d.

3.1

3210

 

Fabrieken voor gedrukte bedrading

3.1

33

-

 

 

33

-

VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN

 

33

A

Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d.

2

34

-

 

 

34

 

VERVAARDIGING VAN AUTO'S, AANHANGWAGENS EN OPLEGGERS

 

341

0

Autofabrieken en assemblagebedrijven

 

341

1

- p.o. < 10.000 m2

4.1

341

2

- p.o. >= 10.000 m2

4.2

3420.1

 

Carrosseriefabrieken

4.1

3420.2

 

Aanhangwagen- en opleggerfabrieken

4.1

343

 

Auto-onderdelenfabrieken

3.2

35

-

 

 

35

-

VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS)

 

351

0

Scheepsbouw- en reparatiebedrijven:

 

351

1

- houten schepen

3.1

351

2

- kunststof schepen

3.2

351

3

- metalen schepen < 25 m

4.1

351

4

- metalen schepen >= 25m en/of proefdraaien motoren >= 1 MW

5.1

3511

 

Scheepssloperijen

5.2

352

0

Wagonbouw- en spoorwegwerkplaatsen:

 

352

1

- algemeen

3.2

352

2

- met proefdraaien van verbrandingsmotoren >= 1 MW

4.2

353

0

Vliegtuigbouw en -reparatiebedrijven:

 

353

1

- zonder proefdraaien motoren

4.1

353

2

- met proefdraaien motoren

5.3

354

 

Rijwiel- en motorrijwielfabrieken

3.2

355

 

Transportmiddelenindustrie n.e.g.

3.2

36

-

 

 

36

-

VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G.

 

361

1

Meubelfabrieken

3.2

361

2

Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2

1

362

 

Fabricage van munten, sieraden e.d.

2

363

 

Muziekinstrumentenfabrieken

2

364

 

Sportartikelenfabrieken

3.1

365

 

Speelgoedartikelenfabrieken

3.1

3661.1

 

Sociale werkvoorziening

2

3661.2

 

Vervaardiging van overige goederen n.e.g.

3.1

37

-

 

 

45

-

BOUWNIJVERHEID

 

45

0

Bouwbedrijven algemeen: b.o. > 2.000 m²

3.2

45

1

- bouwbedrijven algemeen: b.o. <= 2.000 m²

3.1

45

2

Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. > 1000 m²

3.1

45

3

- aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m²

2

50

-

 

 

51

-

GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING

 

511

 

Handelsbemiddeling (kantoren)

1

5121

0

Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders

3.1

5121

1

Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders met een verwerkingscapaciteit van 500 ton/uur of meer

4.2

5122

 

Grth in bloemen en planten

2

5123

 

Grth in levende dieren

3.2

5124

 

Grth in huiden, vellen en leder

3.1

5125, 5131

 

Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen

3.1

5132, 5133

 

Grth in vlees, vleeswaren, zuivelprodukten, eieren, spijsoliën

3.1

5134

 

Grth in dranken

2

5135

 

Grth in tabaksprodukten

2

5136

 

Grth in suiker, chocolade en suikerwerk

2

5137

 

Grth in koffie, thee, cacao en specerijen

2

5138, 5139

 

Grth in overige voedings- en genotmiddelen

2

514

 

Grth in overige consumentenartikelen

2

5148.7

0

Grth in vuurwerk en munitie:

 

5148.7

1

- consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton

2

5148.7

2

- consumentenvuurwerk, verpakt, opslag 10 tot 50 ton

3.1

5148.7

3

- professioneel vuurwerk, netto expl. massa per bewaarplaats < 750 kg (en > 25 kg theatervuurwerk)

5.1

5148.7

4

- professioneel vuurwerk, netto expl. massa per bewaarplaats 750 kg tot 6 ton

5.3

5148.7

5

- munitie

2

5151.1

0

Grth in vaste brandstoffen:

 

5151.1

1

- klein, lokaal verzorgingsgebied

3.1

5151.1

2

- kolenterminal, opslag opp. >= 2.000 m2

5.1

5151.2

0

Grth in vloeibare en gasvormige brandstoffen:

 

5151.2

1

- vloeistoffen, o.c. < 100.000 m3

4.1

5151.2

2

- vloeistoffen, o.c. >= 100.000 m3

5.1

5151.2

3

- tot vloeistof verdichte gassen

4.2

5151.3

 

Grth minerale olieprodukten (excl. brandstoffen)

3.2

5152.1

0

Grth in metaalertsen:

 

5152.1

1

- opslag opp. < 2.000 m2

4.2

5152.1

2

- opslag opp. >= 2.000 m2

5.2

5152.2 /.3

 

Grth in metalen en -halffabrikaten

3.2

5153

0

Grth in hout en bouwmaterialen:

 

5153

1

- algemeen: b.o. > 2000 m²

3.1

5153

2

- algemeen: b.o. <= 2000 m²

2

5153.4

4

zand en grind:

 

5153.4

5

- algemeen: b.o. > 200 m²

3.2

5153.4

6

- algemeen: b.o. <= 200 m²

2

5154

0

Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur:

 

5154

1

- algemeen: b.o. > 2.000 m²

3.1

5154

2

- algemeen: b.o. < = 2.000 m²

2

5155.1

 

Grth in chemische produkten

3.2

5155.2

 

Grth in kunstmeststoffen

2

5156

 

Grth in overige intermediaire goederen

2

5157

0

Autosloperijen: b.o. > 1000 m²

3.2

5157

1

- autosloperijen: b.o. <= 1000 m²

3.1

5157.2/3

0

Overige groothandel in afval en schroot: b.o. > 1000 m²

3.2

5157.2/3

1

- overige groothandel in afval en schroot: b.o. <= 1000 m²

3.1

5162

0

Grth in machines en apparaten:

 

5162

1

- machines voor de bouwnijverheid

3.2

5162

2

- overige

3.1

517

 

Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.

2

52

-

 

 

55

-

LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING

 

5552

 

Cateringbedrijven

2

60

-

 

 

61, 62

-

VERVOER OVER WATER / DOOR DE LUCHT

 

61, 62

A

Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren)

1

63

-

 

 

63

-

DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER

 

6311.1

0

Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. zeeschepen:

 

6311.1

1

- containers

5.1

6311.1

2

- stukgoederen

4.1

6311.1

3

- ertsen, mineralen e.d., opslagopp. >= 2.000 m2

5.3

6311.1

4

- granen of meelsoorten, v.c. >= 500 t/u

5.1

6311.1

5

- steenkool, opslagopp. >= 2.000 m2

5.2

6311.1

6

- olie, LPG, e.d.

5.3

6311.1

7

- tankercleaning

4.2

6311.2

0

Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. binnenvaart:

 

6311.2

1

- containers

4.2

6311.2

10

- tankercleaning

4.2

6311.2

2

- stukgoederen

3.2

6311.2

3

- ertsen, mineralen, e.d., opslagopp. < 2.000 m²

4.2

6311.2

4

- ersten, mineralen, e.d., opslagopp. >= 2.000 m²

5.2

6311.2

5

- granen of meelsoorten , v.c. < 500 t/u

4.2

6311.2

6

- granen of meelsoorten, v.c. >= 500 t/u

5.1

6311.2

7

- steenkool, opslagopp. < 2.000 m2

4.2

6311.2

8

- steenkool, opslagopp. >= 2.000 m2

5.1

6311.2

9

- olie, LPG, e.d.

5.2

6312

 

Veem- en pakhuisbedrijven, koelhuizen

3.1

6321

1

Autoparkeerterreinen, parkeergarages

2

6321

2

Stalling van vrachtwagens (met koelinstallaties)

3.2

6322, 6323

 

Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren)

1

6323

A

Luchthavens

6

6323

B

Helikopterlandplaatsen

5.1

633

 

Reisorganisaties

1

634

 

Expediteurs, cargadoors (kantoren)

1

64

-

 

 

64

-

POST EN TELECOMMUNICATIE

 

641

 

Post- en koeriersdiensten

2

642

A

Telecommunicatiebedrijven

1

642

B0

zendinstallaties:

 

642

B1

- LG en MG, zendervermogen < 100 kW (bij groter vermogen: onderzoek!)

3.2

642

B2

- FM en TV

1

642

B3

- GSM en UMTS-steunzenders

1

70

-

 

 

70

-

VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED

 

70

A

Verhuur van en handel in onroerend goed

1

71

-

 

 

71

-

VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN

 

711

 

Personenautoverhuurbedrijven

2

712

 

Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (excl. personenauto's)

3.1

713

 

Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen

3.1

714

 

Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g.

2

72

-

 

 

72

-

COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE

 

72

A

Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d.

1

72

B

Switchhouses

2

73

-

 

 

73

-

SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK

 

731

 

Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk

2

732

 

Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek

1

74

-

 

 

74

-

OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING

 

74

A

Overige zakelijke dienstverlening: kantoren

1

747

 

Reinigingsbedrijven voor gebouwen

3.1

7481.3

 

Foto- en filmontwikkelcentrales

2

7484.3

 

Veilingen voor landbouw- en visserijprodukten

4.1

7484.4

 

Veilingen voor huisraad, kunst e.d.

1

85

-

GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSZORG

 

853

2

Kinderopvang

2

90

-

 

 

93

-

OVERIGE DIENSTVERLENING

 

9301.1

A

Wasserijen en strijkinrichtingen

3.1

9301.1

B

Tapijtreinigingsbedrijven

3.1

9301.2

 

Chemische wasserijen en ververijen

2

9301.3

A

Wasverzendinrichtingen

2

9305

A

Dierenasiels en -pensions

3.2